In een schitterend Jugendstil hotel in Boedapest leerde ik deze druif ooit kennen, de Cabernet Franc. Een klein blauw druifje, die zorgt voor lichtrode fruitige wijn. Maar oorspronkelijk komt de Carbernet Franc daar niet vandaan. Waarschijnlijk ontstond in de 17e eeuw deze druif in de Libournais regio (deel van de Bordeaux).
Het is best een taaie rakker, die goed tegen kou kan. In de Bordeaux wordt ‘ie dan ook vaak in de wat koudere gebieden aangeplant. In Canada wordt er zelfs ‘Icewine’ van gemaakt.
Terwijl de Cabernet Franc over het algemeen gebruikt wordt in blends met Merlot of Cabernet Sauvignon, is ‘ie in de Loire valleien vaak wel de eenzame druif in de wijn. Z’n broertje Cabernet Sauvignon is wat krachtiger, heeft wat meer tannine en heeft een wat minder milde smaak.
Er wordt wel gezegd dat de Cabernet Franc een aardbeien en frambozensmaak in de wijn geeft, maar de wijnen die ik van deze druif dronk hadden dat wat minder uitgesproken.
Behalve in Frankrijk komt de druif ook voor in Argentinië, Australië, Chili, Hongarije, de VS (Californië), Noordoost Italië, Nieuw-Zeeland, Catelonië, Zuid-Afrika en dus zelfs in Canada.
De druif is ook bekend onder de volgende namen:
Aceria, Acheria, Arrouya, Bordo, Bouchet, Bouchy (Gascony), Breton, Burdeas Tinto, Cabernet, Cabernet Aunis, Cabernet Franco, Capbreton Rouge, Carmenet (Médoc), Fer Servandou, Gamput, Grosse Vidure, Hartling, Kaberne Fran, Messanges Rouge, Morenoa, Noir Dur, Petit Fer, Petit Viodure, Petite Vidure, Petite Vignedure, Plant Breton, Plant Des Sables, Trouchet Noir, Véron, Véron Bouchy, Véronais en Cabernet Gris.